HET URANTIA BOEK - Verhandeling 67. De planetaire opstand

(UF-DUT-001-1997-1)

HET URANTIA BOEK   

DEEL III: DE GESCHIEDENIS VAN URANTIA

Verhandeling 67. De planetaire opstand



Verhandeling 67. De planetaire opstand

67:0.1 (754.1) DE problemen die aan het menselijk bestaan op Urantia zijn verbonden, kunnen onmogelijk worden begrepen zonder een kennnis van bepaalde belangrijke tijdvakken uit het verleden, met name de gebeurtenis en de gevolgen van de planetaire opstand. Ofschoon deze beroering de vooruitgang van de organische evolutie niet wezenlijk heeft beïnvloed, is het verloop van de sociale evolutie en de geestelijke ontwikkeling er opvallend door gemodificeerd. De gehele bovennatuurlijke geschiedenis van de planeet werd diepgaand beïnvloed door deze verschrikkelijke calamiteit.

1. Het verraad van Caligastia

67:1.1 (754.2) Caligastia had reeds driehonderdduizend jaar de verantwoording gedragen voor Urantia toen Satan, de assistent van Lucifer, hem een van zijn periodieke inspectiebezoeken kwam brengen. Toen Satan op de planeet arriveerde, leek hij in het geheel niet op uw karikaturen van zijn snode majesteit. Hij was, en is, een zeer briljante Lanonandek-Zoon. ‘En verbaast u niet, want Satan zelf is een briljant schepsel des lichts.’

67:1.2 (754.3) In de loop van deze inspectie stelde Satan Caligastia op de hoogte van de ‘Vrijheidsverklaring’ welke Lucifer van plan was te proclameren, en zoals we nu weten, stemde de Vorst erin toe de planeet te verraden zodra de opstand zou worden aangekondigd. De loyale persoonlijkheden in het universum bezien Vorst Caligastia vooral met diepe minachting wegens deze tevoren beraamde schennis van het in hem gestelde vertrouwen. De Schepper-Zoon bracht deze verachting onder woorden toen hij zei: ‘Gij zijt net zoals uw leider, Lucifer, en ge hebt op zondige wijze zijn ongerechtigheid voortgezet. Vanaf het begin van zijn zelfverheerlijking was hij een vervalser, omdat hij niet in de waarheid bleef.’

67:1.3 (754.4) In het gehele bestuurlijke werk van een plaatselijk universum wordt geen enkele hoge vertrouwenspositie als heiliger beschouwd, dan die welke wordt toevertrouwd aan een Planetaire Vorst die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het welzijn en de leiding van de evoluerende stervelingen op een pas bewoonde wereld. En van alle vormen van kwaad is er geen die de status van de persoonlijkheid meer ontwricht, dan schennis van vertrouwen en trouweloosheid jegens vrienden die zich op u verlaten. Door het begaan van deze doelbewuste zonde verwrong Caligastia zijn persoonlijkheid zo volledig, dat zijn bewustzijn sindsdien zijn evenwicht nooit meer geheel heeft hervonden.

67:1.4 (754.5) Men kan zonde van vele kanten beschouwen, maar vanuit het filosofische standpunt in het universum is zonde de houding van een persoonlijkheid die zich bewust verzet tegen de kosmische realiteit. Dwaling kan worden beschouwd als een verkeerde opvatting of een verdraaiing van de werkelijkheid. Het kwaad is een gedeeltelijk besef van, of verkeerde aanpassing aan, universum-realiteiten. Maar zonde is een doelbewust verzet tegen de goddelijke realiteit – een bewuste keuze om de geestelijke vooruitgang tegen te werken – terwijl ongerechtigheid bestaat in een openlijke, aanhoudende trotsering van de erkende werkelijkheid en een mate van desintegratie van de persoonlijkheid inhoudt, die grenst aan kosmische krankzinnigheid.

67:1.5 (755.1) Dwaling wijst op het ontbreken van verstandelijke scherpzinnigheid; kwaad op gebrek aan wijsheid; zonde op rampzalige geestelijke armoede; ongerechtigheid evenwel wijst op het wegvallen van persoonlijkheidsbeheersing.

67:1.6 (755.2) En wanneer de zonde zo dikwijls is verkozen en zo vaak is herhaald, kan zij tot een gewoonte worden. Gewoonte-zondaren kunnen licht tot ongerechtigheid vervallen, kunnen volledig in opstand komen tegen het universum en al zijn goddelijke realiteiten. Hoewel allerlei zonden kunnen worden vergeven, betwijfelen wij of degene die volhardt in ongerechtigheid ooit oprecht berouw over zijn wandaden zal voelen of vergiffenis van zijn zonden zal aanvaarden.

2. Het uitbreken van de rebellie

67:2.1 (755.3) Kort na de inspectie door Satan, toen het planetair bestuur aan de vooravond stond van de verwezenlijking van grote dingen op Urantia, had Caligastia, op een dag toen het op de noordelijke continenten midwinter was, een langdurige beraadslaging met zijn medewerker Daligastia, waarna deze laatste de tien raden van Urantia voor een buitengewone zitting bijeenriep. Deze bijeenkomst werd geopend met de verklaring dat Vorst Caligastia op het punt stond zichzelf uit te roepen tot de absolute soeverein van Urantia, en eiste dat alle bestuursgroepen zouden aftreden door hun functies en macht over te dragen aan Daligastia, die als gevolmachtigde zou optreden tijdens de reorganisatie van de planetaire regering en de daaruit voortvloeiende herverdeling van deze functies van het bestuurlijke gezag.

67:2.2 (755.4) De presentatie van deze verbazingwekkende eis werd gevolgd door de meesterlijke oproep van Van, de voorzitter van de hoge raad voor de coördinatie. Deze eminente bestuurder en bekwame jurist brandmerkte de door Caligastia voorgestelde gang van zaken als een daad die grensde aan planetaire rebellie, en deed een beroep op degenen die met hem aan de conferentie deelnamen, zich van iedere medewerking te onthouden totdat bij Lucifer, de Soeverein van het Stelsel Satania, in beroep kon worden gegaan; hierbij kreeg hij de steun van de gehele staf. Dienovereenkomstig werd in beroep gegaan op Jerusem, en meteen kwamen er opdrachten terug waarbij Caligastia werd aangewezen als opperste soeverein van Urantia en waarin bevolen werd zijn mandaten met absolute en onvoorwaardelijke trouw op te volgen. In antwoord nu op deze verbazingwekkende boodschap hield de edele Van zijn onvergetelijke, zeven uren durende toespraak, waarin hij Daligastia, Caligastia en Lucifer formeel aanklaagde wegens minachting van de soevereiniteit van het universum Nebadon; hij deed daarbij een beroep op de Meest Verhevenen van Edentia om hem te steunen en zijn standpunt te bevestigen.

67:2.3 (755.5) Intussen waren de circuits van het stelsel verbroken: Urantia was geïsoleerd. Iedere groep van hemels leven op de planeet ontdekte plotseling en zonder voorafgaande waarschuwing, dat zij geïsoleerd was, volslagen afgesneden van alle raad en advies van buiten.

67:2.4 (755.6) Daligastia riep Caligastia formeel uit tot ‘God van Urantia en oppermachtig over allen.’ Door deze proclamatie werd duidelijk waar het in feite om ging; iedere groep trok zich dan ook in eigen kring terug en begon daar haar beraadslagingen, discussies die uiteindelijk het lot van iedere bovenmenselijke persoonlijkheid op de planeet zouden bepalen.

67:2.5 (755.7) Er waren serafijnen en cherubijnen en andere hemelse wezens betrokken in de beslissingen die in deze bittere strijd, dit langdurige en zondige conflict, werden genomen. Vele bovenmenselijke groepen die toevallig op Urantia aanwezig waren toen deze wereld werd geïsoleerd, werden hier vastgehouden en waren gedwongen, evenals de serafijnen en hun metgezellen, te kiezen tussen zonde en gerechtigheid – tussen de wegen die Lucifer bewandelde en de wil van de onzienlijke Vader.

67:2.6 (756.1) Meer dan zeven jaar duurde deze strijd. Niet voordat iedere persoonlijkheid die erbij betrokken was een finale beslissing had genomen, wilden de autoriteiten van Edentia tussenbeide komen of ingrijpen, en dit deden zij dan ook niet. Pas toen werden Van en zijn loyale medewerkers in het gelijk gesteld en van hun langdurige verontrusting en ondragelijke spanning verlost.

3. De zeven cruciale jaren

67:3.1 (756.2) Het uitbreken van de opstand op Jerusem, de hoofdwereld van Satania, werd door de raad van Melchizedeks wijd en zijd bekend gemaakt. De Melchizedeks die in noodsituaties optreden, werden onmiddellijk naar Jerusem gezonden, en Gabriël bood uit eigen beweging aan om op te treden als vertegenwoordiger van de Schepper-Zoon wiens gezag was betwist. Tegelijk met deze bekendmaking van het feit van de rebellie in Satania, werd het stelsel in quarantaine geplaatst, geïsoleerd van zijn zusterstelsels. Er was ‘krijg in de hemel,’ het hoofdkwartier van Satania, en deze breidde zich uit tot iedere planeet in het plaatselijk stelsel.

67:3.2 (756.3) Op Urantia weigerden veertig leden van de fysieke staf van de honderd (Van inbegrepen) zich bij de rebellie aan te sluiten. Velen van de menselijke assistenten van de staf (gemodificeerden en anderen) verdedigden eveneens dapper en nobel Michael en zijn universum-regering. Er werden vreselijke persoonlijkheidsverliezen geleden onder de serafijnen en cherubijnen. Bijna de helft van de bestuurs-en overgangsserafijnen die op de planeet waren aangesteld, sloten zich bij hun leider en Dalagastia aan en steunden de zaak van Lucifer. Veertigduizend honderd en negentien primaire middenwezens maakten gemene zaak met Caligastia, doch de rest van deze wezens bleef trouw aan hun opdracht.

67:3.3 (756.4) De verraderlijke Vorst bracht de ontrouwe middenwezens en andere groepen opstandelingen samen en organiseerde hen om zijn bevelen uit te voeren, terwijl Van de loyale middenwezens en andere trouw gebleven groepen verzamelde en de grote strijd begon om de planetaire staf en andere hier gestrande hemelse persoonlijkheden te redden.

67:3.4 (756.5) Zolang deze strijd duurde, verbleven de loyalisten in een slecht beschermde nederzetting zonder muren, enkele kilometers ten oosten van Dalamatia, maar hun verblijfplaatsen werden dag en nacht bewaakt door de alerte, loyale middenwezens die steeds op hun hoede waren, en zij waren in het bezit van de onschatbare boom des levens.

67:3.5 (756.6) Bij het uitbreken van de rebellie namen loyale cherubijnen en serafijnen, geholpen door drie trouwe middenwezens, de boom des levens onder hun hoede, en zij stonden alleen de veertig loyale leden van de staf en de met hen verbonden gemodificeerde stervelingen toe om van de vruchten en bladeren van deze energie-plant te eten. Er waren zesenvijftig van deze gemodificeerde Andonitische medewerkers van de staf, want zestien Andonitische dienaren van ontrouwe stafleden weigerden hun meesters in de rebellie te volgen.

67:3.6 (756.7) Gedurende de zeven cruciale jaren van de rebellie van Caligastia wijdde Van zich aldoor geheel aan de bijstand aan zijn trouwe leger van mensen, middenwezens en engelen. Het geestelijke inzicht en de morele standvastigheid die Van in staat stelden in deze houding van onwrikbare loyaliteit aan het bestuur van het universum te volharden, kwamen voort uit zijn heldere denkwijze, zijn wijze manier van redeneren, zijn logisch oordeel en oprechte drijfveren, zijn onzelfzuchtige bedoelingen, intelligente trouw, uit zijn herinnering aan zijn ervaringen, zijn gedisciplineerde karakter, en de onvoorwaardelijke toewijding van zijn persoonlijkheid aan het doen van de wil van de Vader in het Paradijs.

67:3.7 (756.8) Deze wachttijd van zeven jaar was een tijd van zelfonderzoek en discipline van ieders ziel. Zulke crises in de zaken van een universum laten zien van welke enorme invloed het bewustzijn is als een factor in het maken van geestelijke keuzen. Opleiding, training en ervaring zijn factoren in de meeste vitale beslissingen van alle evolutionaire morele schepselen. Maar de inwonende geest kan zeer wel rechtstreeks contact maken met de krachten van de menselijke persoonlijkheid die het nemen van beslissingen bepalen, en daardoor de volkomen toegewijde wil van de mens de kracht geven tot het volbrengen van verbazingwekkende daden van loyale toewijding aan de wil en de weg van de Vader in het Paradijs. Dit is precies hetgeen plaatsvond in de ervaring van Amadon, de gemodificeerde menselijke medewerker van Van.

67:3.8 (757.1) Amadon is de markante menselijke held in de Lucifer-rebellie. Deze mannelijke afstammeling van Andon en Fonda was een van de honderd die levensplasma hadden gegeven aan de staf van de Vorst, en vanaf die gebeurtenis was hij steeds aan Van toegevoegd geweest als diens medewerker en menselijke assistent. Amadon verkoos naast zijn chef te staan tijdens de gehele lange, zware strijd. En het was inspirerend te zien hoe dit kind uit de evolutionaire rassen onbewogen standhield tegenover de sofisterijen van Daligastia, terwijl hij en zijn trouwe metgezellen gedurende de zeven jaar die de strijd duurde aldoor met onbuigzame kracht weerstand boden aan de misleidende leringen van de briljante Caligastia.

67:3.9 (757.2) De uiterst intelligente Caligastia, die een enorme ervaring in de aangelegenheden van het universum had, ging de verkeerde weg op – omhelsde de zonde. Amadon, met een minimum aan intelligentie en zonder enige ervaring in het universum, bleef standvastig in de dienst van het universum en in getrouwheid aan zijn deelgenoot. Van gebruikte zowel zijn verstand als geest in een schitterende, doeltreffende combinatie van verstandelijke vastberadenheid en geestelijk inzicht, en verwierf daardoor een experiëntieel niveau van persoonlijkheidsverwerkelijking van de hoogst bereikbare orde. Indien zij volkomen verenigd zijn, zijn bewustzijn en geest het potentieel voor de schepping van bovenmenselijke waarden, zelfs morontia-realiteiten.

67:3.10 (757.3) Het relaas van de bezielende gebeurtenissen in deze tragische tijd kent haast geen einde. Maar tenslotte nam ook de laatste persoonlijkheid zijn finale beslissing, en toen, maar ook niet eerder, arriveerde er een Meest Verhevene van Edentia, samen met de Melchizedeks die optreden in noodsituaties, om het gezag op Urantia over te nemen. Op Jerusem werden de panoramische verslagen van het bewind van Caligastia uitgewist, en werd het proeftijdperk van de rehabilitatie van de planeet ingeluid.

4. De honderd van Caligastia na de opstand

67:4.1 (757.4) Toen het laatste appèl werd gehouden, bleken de lichamelijke leden van de staf van de Vorst zich als volgt te hebben opgesteld: Van en zijn gehele raad voor de coördinatie waren trouw gebleven. Ang en drie leden van de voedselraad bleven behouden. De raad voor de veeteelt evenals de raadslieden voor het bedwingen van roofdieren werden allen door de rebellie meegesleept. Fad en vijf leden van de staf voor het onderwijs werden behouden. Nod en de gehele raad voor nijverheid en handel sloten zich aan bij Caligastia. Hap en het voltallige college voor geopenbaarde religie bleven trouw, samen met Van en zijn nobele groep. Lut en de gehele raad voor de gezondheid gingen verloren. De raad voor kunst en wetenschap bleef in zijn geheel loyaal, maar Tut en de raad voor het bestuur der stammen gingen allen de verkeerde weg op. Zo werden er veertig van de honderd behouden, om later te worden overgebracht naar Jerusem, waar zij hun reis naar het Paradijs hervatten.

67:4.2 (757.5) De zestig leden van de planetaire staf die rebelleerden, kozen Nod tot leider. Zij zetten zich ten volle in voor de opstandige Vorst doch ontdekten al spoedig dat zij het zonder de voeding via de levenscircuits van het stelsel moesten stellen. Zij werden zich bewust van het feit dat zij waren gedegradeerd tot de status van stervelingen. Zij waren inderdaad bovenmenselijk, doch terzelfdertijd materieel en sterfelijk. In een poging hun aantal te vergroten, gelastte Daligastia dat onmiddellijk moest worden overgegaan tot geslachtelijke voortplanting, daar hij zeer goed wist dat de oorspronkelijke zestig stafleden en hun vierenveertig gemodificeerde Andonitische medewerkers gedoemd waren vroeg of laat te sterven. Na de val van Dalamatia trok de afvallige staf naar het noorden en het oosten. Hun afstammelingen stonden lange tijd bekend als de Nodieten en hun woonplaats als ‘het land van Nod’.

67:4.3 (758.1) Door de aanwezigheid van deze uitzonderlijke supermannen en supervrouwen, die door de rebellie waren gestrand en al spoedig paarden met de zonen en dochters van de aarde, konden gemakkelijk de traditionele verhalen ontstaan over de goden die afdaalden van boven om met stervelingen te paren. Dit was de oorsprong van de duizend en één legenden met het karakter van mythen, die niettemin berustten op feiten uit de dagen na de opstand en later een plaats vonden in de volksverhalen en overleveringen van de verschillende volken waarvan de voorouders hadden deelgenomen aan deze omgang met de Nodieten en hun afstammelingen.

67:4.4 (758.2) Verstoken van hun geestelijke levensonderhoud, stierven de rebellerende stafleden tenslotte een natuurlijke dood. En veel van de latere afgoderij onder de menselijke rassen is ontstaan door het verlangen om de herinnering aan deze hoogvereerde wezens uit de tijd van Caligastia te bestendigen.

67:4.5 (758.3) Toen de staf van de honderd naar Urantia kwam, werden zij tijdelijk gescheiden van hun Gedachtenrichters. Onmiddellijk na de komst van de Melchizedek-curatoren werden de trouw gebleven persoonlijkheden (met uitzondering van Van) teruggebracht naar Jerusem, waar zij weer werden verenigd met hun wachtende Richters. Wij kennen niet het lot van de zestig rebellerende stafleden: hun Richters vertoeven nog steeds op Jerusem. De zaken zullen ongetwijfeld blijven zoals ze nu zijn, totdat de gehele Lucifer-rebellie ten slotte wordt berecht en over het lot van alle deelnemers wordt beslist.

67:4.6 (758.4) Het was zeer moeilijk voor wezens als engelen en middenwezens om zich in te denken dat briljante, vertrouwde regeerders als Caligastia en Daligastia de verkeerde weg konden opgaan – verraderlijk zonde konden bedrijven. De wezens die tot zonde vervielen – zij kwamen niet opzettelijk of met voorbedachten rade in opstand – werden misleid door hun superieuren, bedrogen door de leiders die zij vertrouwden. Het was gemakkelijk om de steun van de primitief denkende evolutionaire stervelingen te verkrijgen.

67:4.7 (758.5) De overgrote meerderheid van alle menselijke en bovenmenselijke wezens die op Jerusem en op de verschillende misleide planeten het slachtoffer waren van de rebellie van Lucifer, hebben sindsdien reeds lang oprecht spijt gekregen van hun dwaasheid; wij geloven dan ook echt dat al dergelijke oprechte boetvaardigen op enige wijze zullen worden gerehabiliteerd en opnieuw zullen worden ingezet voor een of andere fase van dienst in het universum, wanneer de Ouden der Dagen de berechting van de aangelegenheden van de rebellie in Satania, waarmee ze pas kortgeleden een aanvang hebben gemaakt, definitief zullen voltooien.

5. De directe gevolgen van de opstand

67:5.1 (758.6) Gedurende bijna vijftig jaar na het aanzetten tot rebellie heerste er grote verwarring in Dalamatia en omgeving. Er werd getracht om de gehele wereld compleet en radicaal te reorganiseren: revolutie verdrong evolutie als beleid voor de culturele vooruitgang en de verbetering der rassen. Onder de superieure en halfopgeleide gasten in en om Dalamatia trad een plotselinge vooruitgang in culturele status op, doch toen getracht werd deze nieuwe, radicale methoden toe te passen bij de volken die verder weg woonden, was het directe gevolg onbeschrijfelijke verwarring en pandemonium onder de rassen. Bij de half-ontwikkelde primitieve mensen uit die tijd ontaardde vrijheid spoedig in losbandigheid.

67:5.2 (758.7) Zeer spoedig na de opstand was de gehele opstandige staf gedwongen de stad krachtig te verdedigen tegen de horden van halve wilden die de muren belegerden tengevolge van de vrijheidsbeginselen die hen te vroeg waren bijgebracht. En reeds jaren voordat het mooie hoofdkwartier onderging in de zuidelijke vloedgolven, hadden de misleide en verkeerd voorgelichte stammen uit het achterland van Dalamatia zich in een halfbarbaarse overval op de prachtige stad gestort en de afvallige staf en hun metgezellen naar het noorden verjaagd.

67:5.3 (759.1) Het programma van Caligastia om de menselijke samenleving onmiddellijk te reorganiseren volgens zijn opvattingen over individuele vrijheid en onafhankelijkheid van groepen bleek al spoedig een bijna complete mislukking. De samenleving viel snel terug tot haar oude biologische niveau en de strijd om vooruitgang begon geheel overnieuw, vanaf een niveau dat niet veel hoger was dan bij de aanvang van het regime van Caligastia, want deze omwenteling had de wereld in totale wanorde achtergelaten.

67:5.4 (759.2) Honderdtweeënzestig jaar na de opstand sloeg een springvloed over Dalamatia heen en verzonk het planetaire hoofdkwartier in de wateren van de zee, en dit land kwam pas weer boven water toen bijna ieder spoor van de prachtige cultuur uit die glorierijke tijd was uitgewist.

67:5.5 (759.3) Toen de eerste hoofdstad van de wereld werd overspoeld, woonden er alleen nog de laagste typen uit de Sangik-rassen van Urantia, afvalligen die de tempel van de Vader reeds hadden veranderd in een heiligdom gewijd aan Nog, de valse god van het licht en het vuur.

6. Van — de standvastige

67:6.1 (759.4) De volgelingen van Van trokken zich al spoedig terug op de hooglanden ten westen van India, waar zij waren gevrijwaard tegen de aanvallen van de in verwarring gebrachte volkeren van de laaglanden, en vanuit deze wijkplaats maakten zij plannen om de wereld te rehabiliteren, zoals ook hun vroegere Badonitische voorgangers eens, geheel zonder het te weten, hadden gewerkt voor het welzijn van de mensheid, kort voor de tijd dat de Sangik-stammen ontstonden.

67:6.2 (759.5) Vóór de aankomst van de Melchizedek-curatoren, legde Van het bestuur van de aangelegenheden der mensen in handen van tien commissies, elk bestaande uit vier leden, commissies die identiek waren met de groepen onder het regime van de Vorst. De senior Levendrager die op de planeet verblijfhield, nam tijdelijk de leiding op zich van deze raad van veertig, die tijdens de zeven jaren van afwachting aldoor in functie was. Toen de negenendertig loyale stafleden terugkeerden naar Jerusem, namen overeenkomstige groepen, gevormd uit de Amadonieten, deze verantwoordelijkheden op zich.

67:6.3 (759.6) Deze Amadonieten kwamen voort uit de groep der 144 getrouwe Andonieten waartoe Amadon behoorde, en die onder zijn naam bekend zijn geworden. Deze groep omvatte negenendertig mannen en honderdvijf vrouwen. Zesenvijftig van hen hadden onsterfelijkheidsstatus, en allen (met uitzondering van Amadon) werden samen met de getrouwe leden van de staf overgebracht. De rest van deze nobele groep bleef, onder leiding van Van en Amadon, op aarde tot het einde van hun sterfelijk leven. Zij vormden het biologisch zuurdesem dat zich vermenigvuldigde en voortging leiding te geven aan de wereld gedurende de lange, donkere eeuwen van de era na de rebellie.

67:6.4 (759.7) Tot de komst van Adam bleef Van op Urantia als titulair hoofd van alle bovenmenselijke persoonlijkheden die op de planeet werkzaam waren. Hij en Amadon werden meer dan honderdvijftigduizend jaar gevoed door middel van de boom des levens, in combinatie met de speciale levensbijstand van de Melchizedeks.

67:6.5 (759.8) De zaken van Urantia werden lange tijd bestuurd door een raad van planetaire bewindvoerders bestaande uit twaalf Melchizedeks, welk bewind bekrachtigd was door het mandaat van de senior regeerder van de constellatie, de Meest Verheven Vader van Norlatiadek. Aan de Melchizedek-curatoren was een adviesraad toegevoegd, bestaande uit: één van de getrouwe adjudanten van de Vorst, de twee residerende Levendragers, een Getrinitiseerde Zoon in opleiding, een Leraar-Zoon die zich vrijwillig had aangeboden, een Briljante Avondster van Avalon (periodiek), de hoofden der serafijnen en cherubijnen, adviseurs van twee naburige planeten, de directeur-generaal van de ondergeschikte engelen, en Van, de opperbevelhebber van de middenwezens. En aldus werd Urantia geregeerd en bestuurd tot de komst van Adam. Het is niet verwonderlijk dat de moedige, getrouwe Van een plaats kreeg toegewezen in de raad van planetaire curatoren die gedurende zo lange tijd de aangelegenheden van Urantia bestuurde.

67:6.6 (760.1) De twaalf Melchizedek-curatoren verrichtten heroïsch werk. Zij bewaarden hetgeen van de beschaving was overgebleven voor het nageslacht, en hun beleid voor de planeet werd door Van getrouw uitgevoerd. Binnen duizend jaren na de rebellie had hij meer dan driehonderdvijftig vooruitgeschoven groepen over de wereld verspreid. Deze buitenposten van de beschaving bestonden voornamelijk uit afstammelingen van de getrouwe Andonieten, enigszins gemengd met de Sangik-rassen, in het bijzonder met de blauwe mensen en met de Nodieten.

67:6.7 (760.2) Ondanks de verschrikkelijke tegenslag van de rebellie, bestonden er op aarde vele goede genetische elementen die een biologische belofte inhielden. Onder toezicht van de Melchizedek-curatoren gingen Van en Amadon voort de natuurlijke evolutie van het menselijk ras te bevorderen, waarbij zij de fysieke ontwikkeling van de mens vooruitbrachten tot het hoogtepunt werd bereikt waardoor het zenden van een Materiële Zoon en Dochter naar Urantia werd gerechtvaardigd.

67:6.8 (760.3) Van en Amadon bleven op aarde tot kort na de aankomst van Adam en Eva. Enige jaren daarna werden zij overgebracht naar Jerusem, waar Van weer verenigd werd met zijn wachtende Richter. Van dient nu ten behoeve van Urantia, in afwachting van de opdracht om verder te gaan op het zeer lange spoor naar de volmaaktheid van het Paradijs en de ongeopenbaarde bestemming waarvoor het Korps der Volkomen Stervelingen wordt bijeengebracht.

67:6.9 (760.4) Vermeld dient te worden dat toen Van een beroep deed op de Meest Verhevenen van Edentia, toen Lucifer Caligastia op Urantia zijn steun had gegeven, de Constellatie-Vaders onmiddellijk een besluit verzonden waarin Van op ieder punt van zijn stellingname werd gesteund. Deze uitspraak bereikte hem niet, omdat de planetaire communicatiecircuits tijdens de verzending werden verbroken. Eerst kortgeleden werd deze bestaande beslissing ontdekt, in het bezit van een als relais dienende energie-transmittor, waar dit besluit sinds het isolement van Urantia was blijven steken. Zonder deze ontdekking, die het resultaat was van onderzoek door middenwezens van Urantia, zou het vrijgeven van dit besluit hebben moeten wachten tot de verbinding tussen Urantia en de constellatie-circuits zou zijn hersteld. En dit ogenschijnlijke ongeval in de communicatie tussen de planeten was mogelijk, omdat energie-transmittoren informatie kunnen ontvangen en overbrengen, maar niet de aanzet kunnen geven tot communicatie.

67:6.10 (760.5) De formele status van Van in de juridische verslagen van Satania kon pas daadwerkelijk en definitief vastgesteld worden toen deze uitspraak van de Edentia-Vaders geregistreerd was op Jerusem.

7. De verre repercussies van zonde

67:7.1 (760.6) De persoonlijke (centripetale) gevolgen van de weloverwogen en voortdurende verwerping van het licht door een schepsel, zijn zowel onvermijdelijk als individueel, en gaan alleen de Godheid en dat persoonlijke schepsel aan. Zo’n zielsverwoestende oogst van ongerechtigheid is wat het ongerechtige wilsschepsel innerlijk binnenhaalt.

67:7.2 (761.1) Maar zo is het niet gesteld met de externe repercussies van zonde: de onpersoonlijke (centrifugale) gevolgen van het omhelzen van zonde zijn zowel onvermijdelijk als collectief, en treffen ieder schepsel dat functioneert binnen de invloedssfeer van dergelijke gebeurtenissen.

67:7.3 (761.2) Na verloop van ongeveer vijftigduizend jaar na de ineenstorting van het planetaire bestuur, waren de zaken op aarde dermate gedesorganiseerd en vertraagd, dat de menselijke soort slechts zeer weinig vooruit was gegaan vergeleken met de algemene staat der evolutie ten tijde van de komst van Caligastia, driehonderdvijftigduizend jaar tevoren. In bepaalde opzichten was er vooruitgang geboekt; op ander gebied was veel terrein verloren.

67:7.4 (761.3) Zonde is in haar uitwerking nooit alleen maar plaatselijk. De bestuurssectoren van de universa zijn als organismen: het lot van één persoonlijkheid moet in zekere mate door allen worden gedeeld. Aangezien zonde een instelling van de persoon ten opzichte van de realiteit is, moet zij wel de oogst van al haar inherente, negatieve gevolgen vertonen op alle betrokken niveaus van universum-waarden. Maar de volledige gevolgen van verkeerd denken, kwaad doen, of van zondige voornemens worden alleen ervaren op het niveau waarop deze werkelijk worden bedreven. De overtreding van een universum-wet kan fataal zijn op het fysieke gebied, zonder dat het bewustzijn daarbij ernstig wordt betrokken of de geestelijke ervaring wordt geschaad. Zonde heeft alleen fatale gevolgen voor de overleving der persoonlijkheid, wanneer zij de houding is van het gehele wezen, wanneer zij staat voor wat het verstand kiest en de ziel wil.

67:7.5 (761.4) Kwaad en zonde maken hun gevolgen voelbaar op materieel en sociaal gebied, en kunnen op bepaalde niveaus van universum-realiteit zelfs de geestelijke vooruitgang vertragen, maar de zonde van enig wezen kan nooit iemand anders beroven van het besef van het goddelijke recht op overleving van de persoonlijkheid. De eeuwige overleving kan alleen in gevaar worden gebracht door de besluiten van het bewustzijn en de keuze van de ziel van de persoon zelf.

67:7.6 (761.5) De zonde op Urantia veroorzaakte weinig vertraging in de biologische evolutie, maar in haar uitwerking beroofde ze de sterfelijke rassen wel van het volle profijt van het Adamische erfgoed. Door zonde wordt de intellectuele ontwikkeling, de morele groei, de sociale vooruitgang, en het en masse bereiken van geestelijke verworvenheden enorm vertraagd. Maar zij verhindert niet dat ieder mens die verkiest God te kennen en oprecht zijn goddelijke wil te doen, de hoogste geestelijke doeleinden kan verwezenlijken.

67:7.7 (761.6) Caligastia heeft gerebelleerd, Adam en Eva zijn nalatig geweest, maar geen enkele sterveling die daarna op Urantia is geboren, heeft in zijn persoonlijke geestelijke ervaring schade geleden tengevolge van deze blunders. Iedere sterveling die na de rebellie van Caligastia op Urantia is geboren, is op een of andere wijze in de tijd gestraft, maar het toekomstig welzijn van zulke zielen is niet in het minst in gevaar gebracht voor de eeuwigheid. Niemand behoeft ooit werkelijke belangrijke geestelijke verliezen te lijden vanwege de zonde van een ander. Zonde is geheel persoonlijk wat de morele schuld of de geestelijke consequenties betreft, ondanks haar wijdverbreide repercussies in de bestuurlijke, intellectuele en sociale domeinen.

67:7.8 (761.7) Hoewel wij niet de wijsheid kunnen peilen die zulke rampen toelaat, kunnen wij toch altijd de heilzame uitwerking van deze plaatselijke verstoringen waarnemen zoals deze afstralen op het universum in zijn geheel.

8. De menselijke held van de opstand

67:8.1 (761.8) De Lucifer-rebellie werd weerstaan door vele moedige wezens op de veelsoortige werelden van Satania, maar in de verslagen van Salvington wordt Amadon beschreven als de opmerkelijkste figuur van het gehele stelsel, door zijn glorieuze afwijzing van de vloedgolven van afscheiding en zijn onwankelbare toewijding aan Van – zij hielden samen stand, ongeschokt in hun loyaliteit aan het allerhoogst gezag van de onzienlijke Vader en zijn Zoon Michael.

67:8.2 (762.1) Ten tijde van deze hoogst belangrijke gebeurtenissen was ik gestationeerd op Edentia, en ik herinner mij nog levendig de vreugde die ik voelde tijdens de uitzendingen van Salvington die ik nauwgezet volgde, en die van dag tot dag spraken over de ongelooflijke standvastigheid, de transcendente toewijding en de prachtige loyaliteit van deze mens, die eens een halve wilde was en uit het experimentele, originele geslacht van het Andonische ras stamde.

67:8.3 (762.2) Van Edentia tot Salvington en zelfs tot Uversa, was zeven lange jaren lang de eerste vraag van alle ondergeschikte hemelse wezens naar de rebellie in Satania steeds: ‘Wat is het nieuws over Amadon van Urantia, houdt hij nog steeds onwrikbaar stand?’

67:8.4 (762.3) Ook al heeft de rebellie van Lucifer het lokale stelsel en zijn gevallen werelden nadeel berokkend, en ook al heeft het verloren gaan van deze Zoon en zijn misleide medewerkers de vooruitgang van de constellatie van Norlatiadek tijdelijk belemmerd, toch moet ge daar de uitwerking tegen afzetten van de wijdverbreide presentatie van de inspirerende prestaties van dit unieke natuurkind en zijn vastbesloten groep van 143 kameraden, die vastberaden standhielden ten gunste van de hogere denkbeelden inzake de leiding en het bestuur van het universum, ondanks de geweldige vijandige druk die door zijn ontrouwe superieuren werd uitgeoefend. En laat mij u dan verzekeren dat dit in het universum Nebadon en het superuniversum Orvonton reeds zoveel goed heeft gedaan, dat het meer dan opweegt tegen het totaal van alle kwaad en verdriet van de Lucifer-rebellie.

67:8.5 (762.4) En dit alles is een prachtige, ontroerende en grootse illustratie van de wijsheid van het universele plan van de Vader om het Korps der Volkomen Stervelingen op het Paradijs te mobiliseren en om deze ontzaglijke groep van mysterieuze dienaren van de toekomst grotendeels aan te trekken uit de gewone stervelingen in opklimming – juist zulke stervelingen als de onaantastbare Amadon.

67:8.6 (762.5) [Aangeboden door een Melchizedek van Nebadon.]





Back to Top