HET URANTIA BOEK - Verhandeling 30. Persoonlijkheden van het Groot Universum

(UF-DUT-001-1997-1)

HET URANTIA BOEK   

DEEL I: HET CENTRALE UNIVERSUM EN DE SUPERUNIVERSA

Verhandeling 30. Persoonlijkheden van het Groot Universum



Verhandeling 30. Persoonlijkheden van het Groot Universum

30:0.1 (330.1) HET aantal levende wezens, persoonlijke en anders-dan-persoonlijke entiteiten dat thans op het Paradijs en in het groot universum functioneert, is welhaast onbeperkt. Alleen al het getal der hoofdorden en -soorten zou de menselijke verbeelding versteld doen staan, om maar te zwijgen van de talloze subtypen en variaties. Het is echter wenselijk u iets mede te delen over twee fundamentele categorieën van levende wezens – om u een idee te geven van de Paradijs-indeling en een verkorte weergave van het Register van Persoonlijkheden op Uversa.

30:0.2 (330.2) Wij kunnen u geen alomvattende en geheel samenhangende klassificaties der persoonlijkheden van het groot universum geven, omdat u niet alle groepen geopenbaard worden. Een verdere openbaring, die nodig zou zijn om alle groepen systematisch in te delen, zou nog talrijke extra verhandelingen vereisen. Een dergelijke begripsuitbreiding is nauwelijks gewenst, want zij zou de nadenkende stervelingen van de eerstkomende duizend jaar beroven van de stimulans tot creatieve bespiegeling waarin deze gedeeltelijk geopenbaarde denkbeelden voorzien. Het is beter dat de mens niet te veel geopenbaard wordt: over-openbaring verstikt de verbeeldingskracht.

1. De Paradijs-indeling van levende wezens

30:1.1 (330.3) Levende wezens worden op het Paradijs geklassificeerd naar hun inherente en hun bereikte verwantschap met de Paradijs-Godheden. Gedurende de grote bijeenkomsten van het centrale universum en de superuniversa worden de aanwezigen dikwijls gegroepeerd naar afkomst: zij die van drieënige afkomst zijn of de Triniteit hebben bereikt; zij die een tweevoudige oorsprong hebben en zij die van enkelvoudige oorsprong zijn. Het is moeilijk om de Paradijs-klassificatie van levende wezens voor het sterfelijk denken te vertolken, doch wij zijn gemachtigd u het volgende mede te delen:

30:1.2 (330.4) I. WEZENS VAN DRIEËNIGE OORSPRONG. Wezens die geschapen zijn door alledrie de Paradijs-Godheden, hetzij als zodanig, hetzij als de Triniteit, alsmede het Getrinitiseerde Korps, een aanduiding die slaat op alle groepen getrinitiseerde wezens, geopenbaard en ongeopenbaard.

30:1.3 (330.5) A. De Allerhoogste Geesten.

30:1.4 (330.6) 1. De Zeven Meester-Geesten.

30:1.5 (330.7) 2. De Zeven Allerhoogste Bestuurders.

30:1.6 (330.8) 3. De Zeven Orden der Reflectieve Geesten.

30:1.7 (330.9) B. De Stationaire Zonen van de Triniteit.

30:1.8 (330.10) 1. Getrinitiseerde Geheimen der Allerhoogste Macht.

30:1.9 (330.11) 2. Eeuwigen der Dagen.

30:1.10 (330.12) 3. Ouden der Dagen.

30:1.11 (330.13) 4. Volmaakten der Dagen.

30:1.12 (331.1) 5. Recenten der Dagen.

30:1.13 (331.2) 6. Unies der Dagen.

30:1.14 (331.3) 7. Getrouwen der Dagen.

30:1.15 (331.4) 8. Volmakers der Wijsheid.

30:1.16 (331.5) 9. Goddelijke Raadslieden.

30:1.17 (331.6) 10. Universele Censors.

30:1.18 (331.7) C. Wezens van Triniteitsoorsprong en Getrinitiseerde Wezens.

30:1.19 (331.8) 1. Leraar-Zonen van de Triniteit.

30:1.20 (331.9) 2. Geïnspireerde Triniteitsgeesten.

30:1.21 (331.10) 3. Havona-Ingeborenen.

30:1.22 (331.11) 4. Paradijsburgers.

30:1.23 (331.12) 5. Ongeopenbaarde Wezens van Triniteitsoorsprong.

30:1.24 (331.13) 6. Ongeopenbaarde, door de Godheid getrinitiseerde Wezens.

30:1.25 (331.14) 7. Getrinitiseerde Zonen van Bekwaamheid.

30:1.26 (331.15) 8. Getrinitiseerde Zonen van Selectie.

30:1.27 (331.16) 9. Getrinitiseerde Zonen van Volmaaktheid.

30:1.28 (331.17) 10. Door schepselen Getrinitiseerde Zonen.

30:1.29 (331.18) II. WEZENS VAN TWEEVOUDIGE OORSPRONG. Zij die afstammen van een tweetal der Paradijs-Godheden of anderszins geschapen zijn door een tweetal wezens dat direct of indirect afstamt van de Paradijs-Godheden.

30:1.30 (331.19) A. De Afdalende Orden.

30:1.31 (331.20) 1. Schepper-Zonen.

30:1.32 (331.21) 2. Magistraat-Zonen.

30:1.33 (331.22) 3. Blinkende Morgensterren.

30:1.34 (331.23) 4. Vader-Melchizedeks.

30:1.35 (331.24) 5. De Melchizedeks.

30:1.36 (331.25) 6. De Vorondadeks.

30:1.37 (331.26) 7. De Lanonandeks.

30:1.38 (331.27) 8. Schitterende Avondsterren.

30:1.39 (331.28) 9. De Aartsengelen.

30:1.40 (331.29) 10. Levendragers.

30:1.41 (331.30) 11. Ongeopenbaarde Universum-Adjudanten.

30:1.42 (331.31) 12. Ongeopenbaarde Zonen van God.

30:1.43 (331.32) B. De Stationaire Orden.

30:1.44 (331.33) 1. Abandonters.

30:1.45 (331.34) 2. Susatia.

30:1.46 (331.35) 3. Univitatia.

30:1.47 (331.36) 4. Spironga.

30:1.48 (331.37) 5. Ongeopenbaarde Wezens van Tweevoudige Oorsprong.

30:1.49 (331.38) C. De Opklimmende Orden.

30:1.50 (331.39) 1. Met een Richter gefuseerde Stervelingen.

30:1.51 (331.40) 2. Met de Zoon gefuseerde Stervelingen.

30:1.52 (331.41) 3. Met de Geest gefuseerde Stervelingen.

30:1.53 (331.42) 4. Overgebrachte Middenwezens.

30:1.54 (331.43) 5. Ongeopenbaarde opklimmende Wezens.

30:1.55 (332.1) III. WEZENS VAN ENKELVOUDIGE OORSPRONG. Zij die afstammen van een der Paradijs-Godheden of anderszins zijn geschapen door een wezen dat direct of indirect afstamt van de Paradijs-Godheden.

30:1.56 (332.2) A. De Allerhoogste Geesten.

30:1.57 (332.3) 1. Zwaartekracht-Boodschappers.

30:1.58 (332.4) 2. De Zeven Geesten van de Havona-Circuits.

30:1.59 (332.5) 3. De Twaalfvoudige Assistenten van de Havona-Circuits.

30:1.60 (332.6) 4. De Reflectieve Beeld-Adjudanten.

30:1.61 (332.7) 5. Moeder-Geesten van de Universa.

30:1.62 (332.8) 6. De Zevenvoudige Assistent-Bewustzijnsgeesten.

30:1.63 (332.9) 7. Ongeopenbaarde Wezens van Godheidsoorsprong.

30:1.64 (332.10) B. De Opklimmende Orden.

30:1.65 (332.11) 1. Gepersonaliseerde Richters.

30:1.66 (332.12) 2. Opklimmende Materiële Zonen.

30:1.67 (332.13) 3. Evolutionaire Serafijnen.

30:1.68 (332.14) 4. Evolutionaire Cherubijnen.

30:1.69 (332.15) 5. Ongeopenbaarde opklimmende Wezens.

30:1.70 (332.16) C. De Familie van de Oneindige Geest.

30:1.71 (332.17) 1. Solitaire Boodschappers.

30:1.72 (332.18) 2. Supervisoren van de Universum-Circuits.

30:1.73 (332.19) 3. Leiders der Tellingen.

30:1.74 (332.20) 4. Persoonlijke Adjudanten van de Oneindige Geest.

30:1.75 (332.21) 5. Toegevoegde Inspecteurs.

30:1.76 (332.22) 6. Aangestelde Wachters.

30:1.77 (332.23) 7. Gidsen voor Gegradueerden.

30:1.78 (332.24) 8. Havona-Dienstbaren.

30:1.79 (332.25) 9. Universele Bemiddelaars.

30:1.80 (332.26) 10. Morontia-Metgezellen.

30:1.81 (332.27) 11. Supernafijnen.

30:1.82 (332.28) 12. Seconafijnen.

30:1.83 (332.29) 13. Tertiafijnen.

30:1.84 (332.30) 14. Omniafijnen.

30:1.85 (332.31) 15. Serafijnen.

30:1.86 (332.32) 16. Cherubijnen en Sanobijnen.

30:1.87 (332.33) 17. Ongeopenbaarde Wezens van Geest-oorsprong.

30:1.88 (332.34) 18. De Zeven Allerhoogste Krachtdirigenten.

30:1.89 (332.35) 19. De Allerhoogste Krachtcentra.

30:1.90 (332.36) 20. De Meester-Fysische Controleurs.

30:1.91 (332.37) 21. De Morontia-Krachtsupervisoren.

30:1.92 (332.38) IV. GERESULTEERDE TRANSCENDENTALE WEZENS. Op het Paradijs worden enorme scharen transcendentale wezens aangetroffen, wier oorsprong gewoonlijk pas aan de universa in tijd en ruimte wordt onthuld nadat deze bestendigd zijn in licht en leven. Deze Transcendentale Wezens zijn scheppers noch schepselen; zij zijn de geresulteerde kinderen van goddelijkheid, ultimiteit en eeuwigheid. Deze ‘resulteerders’ zijn eindig noch oneindig – zij zijn absoniet; absoniteit is noch oneindigheid noch absoluutheid.

30:1.93 (333.1) Deze ongeschapen niet-scheppers zijn immer trouw aan de Paradijs-Triniteit en gehoorzaam aan de Ultieme. Zij zijn existent op vier ultieme niveaus van persoonlijkheidsactiviteit en kunnen op de zeven niveaus van het absoniete functioneren in twaalf grote afdelingen, elk bestaande uit duizend hoofdwerkgroepen van zeven klassen. Deze geresulteerde wezens omvatten de volgende orden:

30:1.94 (333.2) 1. De Architecten van het Meester-Universum.

30:1.95 (333.3) 2. Transcendente Registrators.

30:1.96 (333.4) 3. Andere Transcendentale Wezens.

30:1.97 (333.5) 4. Primaire Geresulteerde Meester-Paradijskrachtorganisatoren.

30:1.98 (333.6) 5. Toegevoegde Transcendente Meester-Paradijskrachtorganisatoren.

30:1.99 (333.7) God, als superpersoon, doet resulteren; God als persoon schept; God als voorpersoon fragmenteert; en zulk een Richter-fragment van hemzelf brengt de geest-ziel tot ontwikkeling boven op het materiële, sterfelijke bewustzijn, conform de vrije wilskeuze der persoonlijkheid die aan zulk een sterfelijk schepsel is verleend is door de ouderlijke handeling van God als Vader.

30:1.100 (333.8) V.GEFRAGMENTEERDE ENTITEITEN DER GODHEID. Deze orde van levende bestaansvormen, die zijn oorsprong heeft in de Universele Vader, wordt het best getypeerd door de Gedachtenrichters, ofschoon deze entiteiten allerminst de enige fragmentaties zijn van de voorpersoonlijke werkelijkheid van de Eerste Bron en Centrum. De functies van de niet-Richter fragmenten zijn talrijk en weinig bekend. Fusie met een Richter of een ander zodanig fragment maakt het schepsel tot een met de Vader-gefuseerd wezen.

30:1.101 (333.9) De fragmentaties van de voorbewustzijnsgeest van de Derde Bron en Centrum moeten hier ook vermeld worden, ofschoon deze eigenlijk niet vergelijkbaar zijn met de Vader-fragmenten. Dergelijke entiteiten verschillen sterk van Richters; zij verblijven niet als zodanig op Spiritington, en evenmin bewegen zij zich als zodanig over de circuits van de bewustzijnszwaartekracht; ook wonen zij niet in sterfelijke schepselen gedurende hun leven in het vlees. Zij zijn niet voorpersoonlijk in de zin zoals de Richters dat zijn, doch zulke fragmenten van voorbewustzijnsgeest worden wel verleend aan bepaalde overlevende stervelingen, en fusie daarmee maakt dezen tot met de Geest gefuseerde stervelingen, zulks in tegenstelling tot stervelingen die met Richters zijn gefuseerd.

30:1.102 (333.10) Nog moeilijker is het de geïndividualiseerde geest van een Schepper-Zoon te beschrijven; vereniging hiermede maakt het schepsel tot een met de Zoon gefuseerde sterveling. En er bestaan nog andere Godheid-fragmentaties.

30:1.103 (333.11) VI. BOVENPERSOONLIJKE WEZENS. Er bestaat een ontzaglijke menigte van anders-dan-persoonlijke wezens die van goddelijke afkomst zijn en velerlei diensten verrichten in het universum van universa. Een aantal van deze wezens verblijft op de Paradijs-werelden van de Zoon; anderen, zoals de bovenpersoonlijke vertegenwoordigers van de Eeuwige Zoon, worden elders aangetroffen. Zij worden voor het merendeel deel niet in deze verhandelingen vermeld, en het zou in het geheel geen zin hebben om te trachten hen te beschrijven aan persoonlijke schepselen.

30:1.104 (333.12) VII. ONGEKLASSIFICEERDE EN ONGEOPENBAARDE ORDEN. Gedurende het huidige universum-tijdperk zou het niet mogelijk zijn om alle wezens, persoonlijk of anderszins, onder te brengen in de klassificaties die gelden voor het huidige universum-tijdperk: ook zijn niet al deze categorieën in deze verhandelingen geopenbaard, vandaar dat talrijke orden uit deze lijsten zijn weggelaten. Denk slechts aan de volgende orden:

30:1.105 (333.13) De Vervuller van de Bestemming van het Universum.

30:1.106 (333.14) De Gekwalificeerde Vice-Regenten van de Ultieme.

30:1.107 (334.1) De Ongekwalificeerde Supervisoren van de Allerhoogste.

30:1.108 (334.2) De Ongeopenbaarde Scheppende Vertegenwoordigers van de Ouden der Dagen.

30:1.109 (334.3) Majeston van het Paradijs.

30:1.110 (334.4) De Niet- geïd entificeerde Verbindingsreflectivatoren van Majeston.

30:1.111 (334.5) De Midsoniete Orden van de Plaatselijke Universa.

30:1.112 (334.6) Er behoeft geen speciale betekenis te worden toegekend aan het feit dat deze orden tezamen worden vermeld, behalve dat geen enkele van deze voorkomt in de Paradijs-klassificatie zoals hier geopenbaard. Dit zijn de weinigen die ongeklassificeerd zijn; ge moet nog op de hoogte worden gebracht van de velen die ongeopenbaard zijn.

30:1.113 (334.7) Er bestaan geesten: geest-entiteiten, geest-tegenwoordigheden, persoonlijke geesten, voorpersoonlijke geesten, bovenpersoonlijke geesten, geest-bestaansvormen, en geest-persoonlijkheden – maar noch uw stervelingentaal noch uw sterfelijke verstand zijn toereikend. Wij kunnen echter verklaren dat er geen persoonlijkheden zijn die uit ‘puur bewustzijn’ bestaan; geen entiteit heeft persoonlijkheid tenzij hij hiermede is begiftigd door God die geest is. Een bewustzijnsidentiteit die niet verbonden is met geestelijke of fysische energie, is geen persoonlijkheid. Maar in dezelfde zin waarin er geestelijke persoonlijkheden zijn die bewustzijn hebben, zijn er bewustzijnspersoonlijkheden die geest hebben. Majeston en zijn medewerkers zijn tamelijk goede voorbeelden van wezens bij wie het bewustzijn overheerst, doch er bestaan nog betere voorbeelden van dit type persoonlijkheid die u onbekend zijn. Er bestaan zelfs hele ongeopenbaarde orden van zulke bewustzijnspersoonlijkheden, maar dezen zijn altijd verbonden met geest. Bepaalde andere ongeopenbaarde schepselen zouden mentale en fysische energie-persoonlijkheden genoemd kunnen worden. Dit type wezen is niet responsief op geestelijke zwaartekracht, doch is niettemin waarlijk persoonlijk, is in het circuit van de Vader.

30:1.114 (334.8) Deze verhandelingen kunnen u zelfs niet bij benadering het gehele relaas doen van de levende schepselen, scheppers, resulteerders en nog op andere wijze bestaande wezens die wonen, aanbidden, en dienen in de wemelende universa in de tijd en in het centrale universum in de eeuwigheid. Gij stervelingen zijt personen; vandaar dat wij wezens kunnen beschrijven die gepersonaliseerd worden, maar hoe zouden wij u kunnen uitleggen wat een geabsoniteerd wezen is?

2. Het Persoonlijkheidsregister op Uversa

30:2.1 (334.9) De goddelijke familie van levende wezens is in zeven grote afdelingen geregistreerd op Uversa:

30:2.2 (334.10) 1. De Paradijs-Godheden.

30:2.3 (334.11) 2. De Allerhoogste Geesten.

30:2.4 (334.12) 3. De Wezens van Triniteitsoorsprong.

30:2.5 (334.13) 4. De Zonen van God.

30:2.6 (334.14) 5. Persoonlijkheden van de Oneindige Geest.

30:2.7 (334.15) 6. De Universum-Krachtdirigenten.

30:2.8 (334.16) 7. De Korpsen van Permanente Burgers.

30:2.9 (334.17) Deze groepen wilsschepselen worden onderverdeeld in talrijke klassen en onderafdelingen. De presentatie van deze klassificatie van persoonlijkheden in het groot universum betreft echter voornamelijk de beschrijving van de orden der intelligente wezens die in deze verhandelingen zijn geopenbaard, en de stervelingen uit de tijd zullen de meesten van deze wezens successievelijk ontmoeten gedurende hun opklimming naar het Paradijs. De navolgende lijsten maken geen melding van de zeer omvangrijke orden van universum-wezens die hun werk verrichten los van het opklimmingsplan voor stervelingen.

30:2.10 (335.1) I. DE GODHEDEN OP HET PARADIJS.

30:2.11 (335.2) 1. De Universele Vader.

30:2.12 (335.3) 2. De Eeuwige Zoon.

30:2.13 (335.4) 3. De Oneindige Geest.

30:2.14 (335.5) II. DE ALLERHOOGSTE GEESTEN.

30:2.15 (335.6) 1. De Zeven Meester-Geesten.

30:2.16 (335.7) 2. De Zeven Allerhoogste Bestuurders.

30:2.17 (335.8) 3. De Zeven Groepen Reflectieve Geesten.

30:2.18 (335.9) 4. De Reflectieve Beeld-Adjudanten.

30:2.19 (335.10) 5. De Zeven Geesten van de Circuits.

30:2.20 (335.11) 6. Scheppende Geesten van de Plaatselijke Universa.

30:2.21 (335.12) 7. Assistent-Bewustzijnsgeesten.

30:2.22 (335.13) III. WEZENS VAN TRINITEITSOORSPRONG.

30:2.23 (335.14) 1. Getrinitiseerde Geheimen der Allerhoogste Macht.

30:2.24 (335.15) 2. Eeuwigen der Dagen.

30:2.25 (335.16) 3. Ouden der Dagen.

30:2.26 (335.17) 4. Volmaakten der Dagen.

30:2.27 (335.18) 5. Recenten der Dagen.

30:2.28 (335.19) 6. Unies der Dagen.

30:2.29 (335.20) 7. Getrouwen der Dagen.

30:2.30 (335.21) 8. Leraar-Zonen der Triniteit.

30:2.31 (335.22) 9. Volmakers der Wijsheid.

30:2.32 (335.23) 10. Goddelijke Raadslieden.

30:2.33 (335.24) 11. Universele Censors.

30:2.34 (335.25) 12. Geïnspireerde Triniteitsgeesten.

30:2.35 (335.26) 13. Ingeborenen van Havona.

30:2.36 (335.27) 14. Burgers van het Paradijs.

30:2.37 (335.28) IV. DE ZONEN VAN GOD.

30:2.38 (335.29) A. Afdalende Zonen.

30:2.39 (335.30) 1. Schepper-Zonen – Michaels.

30:2.40 (335.31) 2. Magistraat-Zonen – Avonals.

30:2.41 (335.32) 3. Leraar-Zonen der Triniteit – Dagelingen.

30:2.42 (335.33) 4. Melchizedek-Zonen.

30:2.43 (335.34) 5. Vorondadek-Zonen.

30:2.44 (335.35) 6. Lanonandek-Zonen.

30:2.45 (335.36) 7. Levendrager-Zonen.

30:2.46 (335.37) B. Opklimmende Zonen.

30:2.47 (335.38) 1. Met de Vader gefuseerde Stervelingen.

30:2.48 (335.39) 2. Met de Zoon gefuseerde Stervelingen.

30:2.49 (335.40) 3. Met de Geest gefuseerde Stervelingen.

30:2.50 (335.41) 4. Evolutionaire Serafijnen.

30:2.51 (335.42) 5. Opklimmende Materiële Zonen.

30:2.52 (335.43) 6. Overgebrachte Middenwezens.

30:2.53 (335.44) 7. Gepersonaliseerde Richters.

30:2.54 (336.1) C. Getrinitiseerde Zonen.

30:2.55 (336.2) 1. Machtige Boodschappers.

30:2.56 (336.3) 2. Hoge Gezagsdragers.

30:2.57 (336.4) 3. Degenen zonder Naam en Getal.

30:2.58 (336.5) 4. Getrinitiseerde Beheerders.

30:2.59 (336.6) 5. Getrinitiseerde Ambassadeurs.

30:2.60 (336.7) 6. Hemelse Bewaarders.

30:2.61 (336.8) 7. Hoge Zoon-Assistenten.

30:2.62 (336.9) 8. Door Opklimmenden getrinitiseerde Zonen.

30:2.63 (336.10) 9. Paradijs-Havona-getrinitiseerde Zonen.

30:2.64 (336.11) 10. Getrinitiseerde Zonen van Bestemming.

30:2.65 (336.12) V. PERSOONLIJKHEDEN VAN DE ONEINDIGE GEEST.

30:2.66 (336.13) A. Hogere Persoonlijkheden van de Oneindige Geest.

30:2.67 (336.14) 1. Solitaire Boodschappers.

30:2.68 (336.15) 2. Supervisoren van de Universum-Circuits.

30:2.69 (336.16) 3. Leiders der Tellingen.

30:2.70 (336.17) 4. Persoonlijke Adjudanten van de Oneindige Geest.

30:2.71 (336.18) 5. Toegevoegde Inspecteurs.

30:2.72 (336.19) 6. Aangestelde Wachters.

30:2.73 (336.20) 7. Gidsen voor Gegradueerden.

30:2.74 (336.21) B. De Boodschapperscharen in de Ruimte.

30:2.75 (336.22) 1. Havona-Dienstbaren.

30:2.76 (336.23) 2. Universele Bemiddelaars.

30:2.77 (336.24) 3. Rechtskundige Adviseurs.

30:2.78 (336.25) 4. Beheerders der Archieven op het Paradijs.

30:2.79 (336.26) 5. Hemelse Registrators.

30:2.80 (336.27) 6. Morontia-Metgezellen.

30:2.81 (336.28) 7. Paradijs-Metgezellen.

30:2.82 (336.29) C. De Dienende Geesten.

30:2.83 (336.30) 1. Supernafijnen.

30:2.84 (336.31) 2. Seconafijnen.

30:2.85 (336.32) 3. Tertiafijnen.

30:2.86 (336.33) 4. Omniafijnen.

30:2.87 (336.34) 5. Serafijnen.

30:2.88 (336.35) 6. Cherubijnen en Sanobijnen.

30:2.89 (336.36) 7. Middenwezens.

30:2.90 (336.37) VI. DE UNIVERSUM-KRACHTDIRIGENTEN.

30:2.91 (336.38) A. De Zeven Allerhoogste Krachtdirigenten.

30:2.92 (336.39) B. Allerhoogste Krachtcentra.

30:2.93 (336.40) 1. Allerhoogste Supervisoren der Centra.

30:2.94 (336.41) 2. Havona-Centra.

30:2.95 (336.42) 3. Superuniversum-Centra.

30:2.96 (336.43) 4. Plaatselijk Universum-Centra.

30:2.97 (336.44) 5. Constellatie-Centra.

30:2.98 (336.45) 6. Stelsel-Centra.

30:2.99 (336.46) 7. Ongeklassificeerde Centra.

30:2.100 (337.1) C. Meester-Fysische Controleurs.

30:2.101 (337.2) 1. Toegevoegde Krachtdirigenten.

30:2.102 (337.3) 2. Mechanische Controleurs.

30:2.103 (337.4) 3. Energietransformatoren.

30:2.104 (337.5) 4. Energietransmittoren.

30:2.105 (337.6) 5. Primaire Associeerders.

30:2.106 (337.7) 6. Secundaire Dissocieerders.

30:2.107 (337.8) 7. Frandalanks en Chronoldeks.

30:2.108 (337.9) D. Morontia-Krachtsupervisoren.

30:2.109 (337.10) 1. Reguleerders van Circuits.

30:2.110 (337.11) 2. Coördinators van Systemen.

30:2.111 (337.12) 3. Planetaire Beheerders.

30:2.112 (337.13) 4. Gecombineerde Controleurs.

30:2.113 (337.14) 5. Stabilisators der Verbindingen.

30:2.114 (337.15) 6. Selectieve Groepeerders.

30:2.115 (337.16) 7. Toegevoegde Registreerders.

30:2.116 (337.17) VII. DE KORPSEN VAN PERMANENTE BURGERS.

30:2.117 (337.18) 1. De Planetaire Middenwezens.

30:2.118 (337.19) 2. De Adamische Zonen van de Stelsels.

30:2.119 (337.20) 3. De Univitatia van de Constellaties.

30:2.120 (337.21) 4. De Susatia van de Plaatselijke Universa.

30:2.121 (337.22) 5. De met de Geest gefuseerde Stervelingen van de Plaatselijke Universa.

30:2.122 (337.23) 6. De Abandonters van de Superuniversa.

30:2.123 (337.24) 7. De met een Zoon gefuseerde Stervelingen van de Superuniversa.

30:2.124 (337.25) 8. De Ingeborenen van Havona.

30:2.125 (337.26) 9. Ingeborenen van de Paradijs-Werelden van de Geest.

30:2.126 (337.27) 10. Ingeborenen van de Paradijs-Werelden van de Vader.

30:2.127 (337.28) 11. De Geschapen Burgers van het Paradijs.

30:2.128 (337.29) 12. De met een Richter gefuseerde Sterfelijke Burgers van het Paradijs.

30:2.129 (337.30) Dit is de werk-klassificatie van de persoonlijkheden van de universa zoals zij geregistreerd staan op de hoofdkwartierwereld van Uversa.

30:2.130 (337.31) GROEPEN VAN SAMENGESTELDE PERSOONLIJKHEDEN. Op Uversa treft ge de registers aan van talrijke andere groepen intelligente wezens, wezens die ook nauw verbonden zijn met de organisatie en het bestuur van het groot universum. Onder deze orden vallen ook de volgende drie samengestelde groepen van persoonlijkheden:

30:2.131 (337.32) A. De Paradijs-Korpsen van de Volkomenheid.

30:2.132 (337.33) 1. Het Korps der Sterfelijke Volkomenen.

30:2.133 (337.34) 2. Het Korps der Paradijs-Volkomenen.

30:2.134 (337.35) 3. Het Korps der Getrinitiseerde Volkomenen.

30:2.135 (337.36) 4. Het Korps der Vereend Getrinitiseerde Volkomenen.

30:2.136 (337.37) 5. Het Korps van Havona-Volkomenen.

30:2.137 (337.38) 6. Het Korps van Transcendente Volkomenen.

30:2.138 (337.39) 7. Het Korps van Ongeopenbaarde Zonen van Bestemming.

30:2.139 (337.40) Het Sterfelijke Korps der Volkomenheid wordt in de volgende en tevens laatste verhandeling van deze serie besproken.

30:2.140 (338.1) B. De Universum-Adjudanten.

30:2.141 (338.2) 1. Blinkende Morgensterren.

30:2.142 (338.3) 2. Schitterende Avondsterren.

30:2.143 (338.4) 3. Aartsengelen.

30:2.144 (338.5) 4. Assistenten der Meest Verhevenen.

30:2.145 (338.6) 5. Hoge Commissarissen.

30:2.146 (338.7) 6. Hemelse Toezichthouders.

30:2.147 (338.8) 7. Leraren op de Woningwerelden.

30:2.148 (338.9) Op alle hoofdkwartierwerelden van zowel de plaatselijke universa als de superuniversa, zijn voorzieningen getroffen voor deze wezens die specifieke missies uitvoeren voor de Schepper-Zonen, de regeerders van de plaatselijke universa. Wij verwelkomen deze Universum-Adjudanten op Uversa, doch hebben geen zeggenschap over hen. Deze afgezanten verrichten hun werk en doen hun waarnemingen in opdracht van de Schepper-Zonen. Hun activiteiten worden vollediger beschreven in de verhandelingen over uw plaatselijk universum.

30:2.149 (338.10) C. De Zeven Gastenkolonies.

30:2.150 (338.11) 1. Sterrekundigen.

30:2.151 (338.12) 2. Hemelse Kunstenaars.

30:2.152 (338.13) 3. Reversie-Leiders.

30:2.153 (338.14) 4. Leraren van de Scholen voor Gevorderden.

30:2.154 (338.15) 5. De Verschillende Reservekorpsen.

30:2.155 (338.16) 6. Bezoekende Studenten.

30:2.156 (338.17) 7. Pelgrims in Opklimming.

30:2.157 (338.18) Aldus georganiseerd en bestuurd, worden deze zeven groepen wezens op alle hoofdkwartierwerelden aangetroffen, van de plaatselijke stelsels tot en met de hoofdwerelden van de superuniversa, en in het bijzonder op de laatstgenoemde. De hoofdwerelden van de zeven superuniversa zijn de ontmoetingsplaatsen waar bijna alle klassen en orden intelligente wezens elkaar treffen. Met uitzondering van de talrijke groepen ingeborenen van het Paradijs en Havona, kunnen hier de wilsschepselen van iedere bestaansfase worden gezien en bestudeerd.

3. De gastenkolonies

30:3.1 (338.19) De zeven gastenkolonies verblijven voor korte of lange tijd op de architectonische werelden, terwijl zij zich wijden aan de behartiging van hun opdrachten en het uitvoeren van hun speciale taken. Hun werk kan als volgt worden omschreven:

30:3.2 (338.20) 1. De Sterrekundigen, de hemelse astronomen, verkiezen werelden als Uversa voor hun werk, omdat zulke speciaal geconstrueerde werelden buitengewoon gunstig zijn voor hun waarnemingen en berekeningen. Uversa is gunstig gelegen voor het werk van deze kolonie, niet alleen vanwege haar centrale locatie, maar ook omdat er zich geen gigantische levende of dode zonnen in haar nabijheid bevinden die de energiestromen zouden kunnen verstoren. Deze studenten zijn op geen enkele wijze organiek verbonden met de aangelegenheden van het superuniversum; zij zijn slechts gasten.

30:3.3 (338.21) De astronomische kolonie van Uversa omvat persoonlijkheden uit vele nabijgelegen gebieden, alsmede uit het centrale universum, en zelfs uit Norlatiadek. Ieder wezen op elke wereld in ieder stelsel van elk universum kan sterrekundige worden, kan er naar streven zich aan te sluiten bij een korps der hemelse astronomen. De enige vereisten zijn: voortgaand leven en voldoende kennis van de werelden in de ruimte, speciaal wat betreft hun fysische wetten van evolutie en beheersing. Sterrekundigen behoeven niet eeuwig dienst te doen in dit korps, doch niemand die tot deze groep wordt toegelaten, mag zich terugtrekken binnen een millennium naar de tijdrekening van Uversa.

30:3.4 (339.1) De kolonie van sterrenwaarnemers op Uversa telt momenteel meer dan een miljoen leden. Deze astronomen komen en gaan, ofschoon sommigen gedurende betrekkelijk lange perioden blijven. Zij doen hun werk met gebruikmaking van een grote hoeveelheid technische instrumenten en materiële apparatuur; zij worden ook in hoge mate geholpen door de Solitaire Boodschappers en nog andere geestelijke verkenners. Bij hun werk van het bestuderen der sterren en het onderzoek der ruimte maken deze hemelse astronomen voortdurend gebruik van de levende energietransformatoren en -transmittoren, en ook van de reflectieve persoonlijkheden. Zij bestuderen alle vormen en fasen van ruimtemateriaal en energiemanifestaties en zijn even geïnteresseerd in het functioneren der Paradijskracht als in stellaire verschijnselen; niets in heel de ruimte ontsnapt aan hun nauwkeurig onderzoek.

30:3.5 (339.2) Soortgelijke kolonies van astronomen kunnen worden aangetroffen op de hoofdkwartierwerelden van de sectoren van het superuniversum en eveneens op de architectonische hoofdwerelden van de plaatselijke universa en hun bestuurlijke onderafdelingen. Behalve op het Paradijs, is kennis niet aangeboren; het begrijpen van het fysische universum is grotendeels afhankelijk van waarneming en onderzoek.

30:3.6 (339.3) 2. De Hemelse Kunstenaars dienen overal in de zeven superuniversa. Opklimmende stervelingen komen voor het eerst in aanraking met deze groepen tijdens hun morontia-loopbaan in het plaatselijk universum, en in verband hiermee zullen deze kunstenaars vollediger worden besproken.

30:3.7 (339.4) 3. De Reversie-Leiders bevorderen ontspanning en humor – terugkeer tot herinneringen uit het verleden. Zij zijn zeer nuttig voor de praktische uitwerking van het opklimmingsproject voor de voortgang van stervelingen, speciaal tijdens de beginfasen van morontia-overgang en geest-ervaring. Hun verhaal is een onderdeel van het relaas over de loopbaan van stervelingen in het plaatselijk universum.

30:3.8 (339.5) 4. Leraren aan de Scholen voor Gevorderden. De volgende residentiële wereld in de opklimmingsloopbaan heeft altijd een uitgebreid korps leraren op de wereld net daaronder, een soort voorbereidende school voor de meer gevorderde inwoners van die wereld; dit is een fase in het opklimmingsplan om de pelgrims uit de tijd vooruit te helpen. Deze scholen, hun onderwijsmethoden en examens, zijn totaal verschillend van alle onderwijs dat ge op Urantia tracht te geven.

30:3.9 (339.6) Het gehele opklimmingsplan voor de voortgang van stervelingen wordt gekenmerkt door de praktijk om nieuwe waarheid en ervaring aan andere wezens door te geven zodra deze is verworven. Ge werkt u door de lange scholing voor het bereiken van het Paradijs heen door als leraar te dienen voor de leerlingen die vlak na u komen.

30:3.10 (339.7) 5. De Verschillende Reservekorpsen. Enorme reserves aan wezens die niet onder onze rechtstreekse supervisie staan, zijn op Uversa gemobiliseerd als de kolonie der reserve-korpsen. Er zijn zeventig primaire divisies van deze kolonie op Uversa, hetgeen betekent dat u een brede ontwikkeling wordt geboden wanneer u wordt toegestaan om een periode door te brengen bij deze buitengewone persoonlijkheden. Soortgelijke algemene reserves worden in gereedheid gehouden op Salvington en andere hoofdwerelden van universa; deze worden in actieve dienst uitgezonden wanneer hun respectieve groepsleiders hen daartoe oproepen.

30:3.11 (339.8) 6. De Bezoekende Studenten. Een constante stroom hemelse bezoekers vanuit het gehele universum trekt voortdurend langs de verschillende hoofdkwartierwerelden. Als individuen en als klassen komen deze verschillende wezens in grote groepen naar ons toe als waarnemers, uitwisselingsstudenten, en als studenten-helpers. Er zijn op Uversa momenteel meer dan een miljard personen die deel uitmaken van deze gastenkolonie. Sommigen van deze bezoekers blijven een dag, anderen een jaar, al naargelang de aard van hun opdracht. Deze kolonie omvat wezens uit het universum van bijna iedere klasse, met uitzondering van Schepper-persoonlijkheden en morontia-stervelingen.

30:3.12 (340.1) Morontia-stervelingen zijn slechts bezoekende studenten binnen de grenzen van het plaatselijk universum waaruit zij afkomstig zijn. Zij kunnen pas op bezoek komen als inwoners van het superuniversum, wanneer zij de status van geest hebben bereikt. Meer dan de helft van onze bezoekerskolonie bestaat uit wezens die naar elders op weg zijn en hier hun reis onderbreken om de hoofdwereld van Orvonton te bezoeken. Deze persoonlijkheden voeren soms een opdracht van het universum uit, of hebben vacantie – vrije tijd zonder opgelegde taken. Het voorrecht om binnen de universa te reizen en deze te bezichtigen maakt deel uit van de loopbaan van alle wezens in opklimming. Het verlangen van de mens om te reizen en nieuwe volkeren en werelden te leren kennen zal ten volle worden bevredigd tijdens de lange, veelbewogen opklimming naar het Paradijs via de plaatselijke, super-, en centrale universa.

30:3.13 (340.2) 7. De Pelgrims in Opklimming. De pelgrims in opklimming worden, wanneer zij bij verschillende diensten zijn aangesteld in verband met hun voortgang naar het Paradijs, op de verschillende hoofdkwartierwerelden gehuisvest als een gastenkolonie. Ofschoon zij overal verspreid in een superuniversum dienstdoen, besturen deze groepen grotendeels zichzelf. Zij vormen een steeds wisselende kolonie, die alle orden evolutionaire stervelingen en hun medepelgrims in opklimming omvat.

4. De stervelingen in opklimming

30:4.1 (340.3) Ofschoon de stervelingen die in tijd en ruimte tot overleving komen opklimmende pelgrims worden genoemd wanneer zij gemachtigd zijn om aan de voortgaande opklimming naar het Paradijs te beginnen, nemen deze evolutionaire schepselen in deze verhandelingen zulk een belangrijke plaats in, dat wij hier een samenvatting willen geven van de navolgende zeven stadia van de opklimmingsloopbaan door het universum:

30:4.2 (340.4) 1. Planetaire Stervelingen;

30:4.3 (340.5) 2. Slapende Overlevenden;

30:4.4 (340.6) 3. Studenten op de Woningwerelden;

30:4.5 (340.7) 4. Morontia-Voortgaanden;

30:4.6 (340.8) 5. Superuniversum-Pupillen;

30:4.7 (340.9) 6. Havona-Pelgrims;

30:4.8 (340.10) 7. Nieuw-aangekomenen op het Paradijs.

30:4.9 (340.11) Het hier volgende relaas geeft de universum-loopbaan weer van een sterveling bij wie een Richter inwoont. De stervelingen die met de Zoon of met de Geest zijn gefuseerd, hebben gedeelten van deze loopbaan met hen gemeen, doch wij hebben verkozen dit verhaal te vertellen zoals het van toepassing is op stervelingen die met een Richter zijn gefuseerd, want zulk een bestemming mogen alle geslachten der mensen op Urantia verwachten.

30:4.10 (340.12) 1. Planetaire Stervelingen. Stervelingen zijn allen evolutionaire wezens van dierlijke afstamming met het potentieel tot opklimming. Wat afkomst, natuur en bestemming betreft, vertonen deze verschillende groepen en typen menselijke wezens veel overeenkomst met de volkeren van Urantia. De volkeren van iedere wereld ontvangen hetzelfde dienstbetoon van de Zonen van God en genieten de tegenwoordigheid van de in de tijd dienende geesten. Na de natuurlijke dood verbroederen zich alle typen opklimmenden als één morontia-familie op de woningwerelden.

30:4.11 (341.1) 2. Slapende Overlevenden. Alle stervelingen met overlevingsstatus die onder de hoede staan van persoonlijke bestemmingsbehoeders, gaan door de portalen van de natuurlijke dood en personaliseren in de derde periode op de woningwerelden. De geaccrediteerde wezens die om de een of andere reden niet in staat zijn geweest om dat niveau van beheersing van hun intelligentie en dat bezit aan geestelijkheid te bereiken dat hun recht zou geven op persoonlijke begeleiders, kunnen niet zo onmiddellijk en rechtstreeks naar de woningwerelden gaan. Deze overlevende zielen moeten in onbewuste slaaptoestand blijven rusten tot de dag des oordeels van een nieuw tijdperk, een nieuwe dispensatie, de komst van een Zoon van God om het appèl van dat tijdperk te houden en de betrokken wereld te oordelen, en dit is het algemene gebruik in heel Nebadon. Van Christus Michael werd gezegd dat hij, toen hij opvoer naar den hoge bij de afronding van zijn werk op aarde, ‘een grote menigte gevangenen aanvoerde.’ Deze gevangenen nu waren de slapende overlevenden sinds de dagen van Adam tot aan de dag van de wederopstanding van de Meester op Urantia.

30:4.12 (341.2) Het verstrijken der tijd is voor de slapende stervelingen van geen belang: zij zijn volkomen bewusteloos en hebben geen enkel besef van de duur van hun rusttijd. Wanneer aan het eind van een tijdperk hun persoonlijkheid opnieuw wordt samengesteld, zullen zij die vijfduizend jaar hebben geslapen, niet anders reageren dan zij die slechts vijf dagen hebben gerust. Afgezien van dit tijdsoponthoud gaan deze overlevenden door in het regime van de opklimming, op dezelfde wijze als degenen die de langere of kortere doodsslaap vermijden.

30:4.13 (341.3) Deze dispensatie-klassen van pelgrims van de werelden worden ingezet voor morontia-groepsactiviteiten in het werk van de plaatselijke universa. De mobilisatie van zulke enorme groepen heeft grote voordelen: zij worden zo bijeengehouden voor lange perioden van effectief dienstbetoon.

30:4.14 (341.4) 3. Studenten op de Woningwerelden. Alle overlevende stervelingen die op de woningwerelden ontwaken, behoren tot deze klasse.

30:4.15 (341.5) Het fysieke lichaam van het sterfelijk vlees maakt geen deel uit van de opnieuw samengestelde slapende overlevende; het fysieke lichaam is tot stof wedergekeerd. De daartoe aangestelde serafijn is verantwoordelijk voor het nieuwe lichaam, de morontia-gestalte, als nieuw levensvoertuig voor de onsterfelijke ziel en woonplaats voor de teruggekeerde Richter. De Richter is de bewaarder van de geest-kopie van het bewustzijn van de slapende overlevende. De aangestelde serafijn is de behoeder van de overlevende identiteit – de onsterfelijke ziel – voorzover deze is geëvolueerd. En wanneer deze twee, de Richter en de serafijn, de aspecten van de persoonlijkheid die aan hun hoede zijn toevertrouwd opnieuw verenigen, vertegenwoordigt het nieuwe individu de opstanding van de oude persoonlijkheid, de overleving van de evoluerende morontia-identiteit van de ziel. Deze herverbinding van de ziel en de Richter wordt volkomen terecht een wederopstanding genoemd, een opnieuw samenvoegen van persoonlijkheidsfactoren, doch zelfs dit verklaart niet geheel het opnieuw verschijnen van de overlevende persoonlijkheid. Ofschoon ge waarschijnlijk nimmer het feit van zulk een onverklaarbare verrichting zult begrijpen, zult ge eens de waarheid ervan uit ervaring kennen, indien ge het plan voor de overleving van stervelingen althans niet afwijst.

30:4.16 (341.6) Het plan om stervelingen aanvankelijk vast te houden op zeven werelden waar zij verder worden opgeleid, is bijna universeel in Orvonton. In ieder plaatselijk stelsel van ongeveer duizend bewoonde werelden bestaan zeven woningwerelden, gewoonlijk satellieten of subsatellieten van de hoofdwereld van het stelsel. Dit zijn de werelden waar de meerderheid der stervelingen in opklimming wordt ontvangen.

30:4.17 (341.7) Soms worden alle opleidingswerelden waar stervelingen verblijven universum- ‘ woningen’ genoemd, en Jezus zinspeelde op deze werelden toen hij zei: ‘In het huis mijns Vaders zijn vele woningen.’ Van hier af aan zullen de stervelingen in opgang binnen een bepaalde groep hemellichamen zoals de woningwerelden, individueel voortgaan van de ene wereld naar de andere en van de ene levensfase naar de volgende, doch de voortgang van het ene stadium van studie van het universum tot het volgende zullen zij altijd in klasseverband maken.

30:4.18 (342.1) 4. Morontia-Voortgaanden. Vanaf de woningwerelden en verder omhoog, op de werelden van het stelsel, de constellatie en het universum, worden stervelingen geklassificeerd als morontia-voortgaanden: zij doorlopen de overgangswerelden voor de opklimming van stervelingen. Terwijl de stervelingen in opgang voortgaan van de lagere naar de hogere morontia-werelden, dienen zij op talloze posten tezamen met hun leraren en in het gezelschap van hun meer gevorderde, oudere broeders.

30:4.19 (342.2) Morontia-voortgang heeft betrekking op voortdurende vordering van het verstand, de geest en de persoonlijkheidsgestalte. De overlevenden zijn nog steeds wezens van drievoudige natuur. Gedurende de gehele morontia-ervaring zijn zij pupillen van het plaatselijk universum. Het regime van het superuniversum functioneert pas als de geest-loopbaan begint.

30:4.20 (342.3) Stervelingen verwerven werkelijke geest-identiteit kort voordat zij het hoofdkwartier van het plaatselijk universum verlaten en naar de ontvangstwerelden van de kleine sectoren van het superuniversum gaan. De overgang van het laatste morontia-stadium naar de eerste of laagste geest-status betekent slechts een geringe verandering. Het bewustzijn, de persoonlijkheid en het karakter blijven onveranderd door deze vooruitgang: alleen de gestalte ondergaat een modificatie. Doch de geest-gestalte is even reëel als het morontia-lichaam, en even waarneembaar.

30:4.21 (342.4) Vóór hun vertrek uit de plaatselijke universa waaruit zij geboortig zijn naar de ontvangst-werelden van het superuniversum, hebben de stervelingen uit de tijd geest-bevestiging ontvangen van de Schepper-Zoon en de Moeder-Geest van het plaatselijk universum. Vanaf dit punt ligt de status van de opklimmende sterveling voor altijd vast. Pupillen van het super- universum zijn voorzover bekend nog nimmer afgedwaald. Serafijnen in opklimming worden eveneens bevorderd in hun rang als engelen, wanneer zij hun plaatselijk universum verlaten.

30:4.22 (342.5) 5. Pupillen van het Superuniversum. Alle opklimmenden die op de opleidingswerelden van de superuniversa arriveren, worden pupillen van de Ouden der Dagen; zij hebben het morontia-leven van het plaatselijk universum doorlopen en zijn nu geaccrediteerde geesten. Als jonge geesten beginnen zij aan de opklimming in het stelsel van opleiding en cultuur van het superuniversum, dat zich vanaf de ontvangstwerelden van hun kleine sector binnenwaarts uitstrekt via de studiewerelden van de tien grote sectoren en verder, tot aan de hogere culturele werelden van het hoofdkwartier van het superuniversum.

30:4.23 (342.6) De leerling-geesten zijn ingedeeld in drie orden, naargelang zij verblijven op de hoofdkwartierwerelden van geest-voortgang van de kleine sector, de grote sectoren, of van het superuniversum. Zoals morontia-opklimmenden hebben gestudeerd en gewerkt op de werelden van het plaatselijk universum, zo gaan geest-opklimmenden voort zich nieuwe werelden eigen te maken terwijl zij zich oefenen om datgene aan anderen door te geven waarmee zij zichzelf hebben gelaafd aan de experiëntiële fonteinen der wijsheid. Maar de opleiding als geest-wezen in de loopbaan in het superuniversum is iets totaal anders dan wat ooit in de verbeeldingswereld van het materiële bewustzijn van de mens is opgekomen.

30:4.24 (342.7) Voordat deze geesten in opklimming het superuniversum verlaten om naar Havona te gaan, ontvangen zij eenzelfde grondige opleiding in het bestuur van een superuniversum als zij gedurende hun morontia-ervaring ontvingen in de supervisie over een plaatselijk universum. Voordat geest-stervelingen Havona bereiken, bestaat hun voornaamste studie, doch niet hun enige bezigheid, uit het zich eigen maken van de bestuursvorm van het plaatselijk universum en het superuniversum. De reden waarom zij al deze ervaring moeten opdoen is momenteel niet volkomen duidelijk, doch ongetwijfeld is deze opleiding wijs en noodzakelijk, gezien hun mogelijke toekomstige bestemming als leden van het Korps der Volkomenheid.

30:4.25 (342.8) Het regime van het superuniversum is niet voor alle stervelingen in opklimming hetzelfde. Zij ontvangen wel dezelfde algemene opleiding, doch speciale groepen en klassen van hen doorlopen speciale cursussen van instructie en specifieke opleidingen.

30:4.26 (343.1) 6. Havona-Pelgrims. Wanneer de geest-ontwikkeling volledig is, ook al is zij niet volkomen, dan maakt de overlevende sterveling zich gereed voor de lange vlucht naar Havona, de veilige haven voor evolutionaire geesten. Op aarde waart ge een schepsel van vlees en bloed; in het gehele plaatselijk universum waart ge een morontia-wezen; in heel het superuniversum waart ge een evoluerende geest; bij uw aankomst op de ontvangstwerelden van Havona begint uw geestelijke opleiding in werkelijkheid en in ernst: uiteindelijk zult ge op het Paradijs verschijnen als een vervolmaakte geest.

30:4.27 (343.2) De reis van het hoofdkwartier van het superuniversum naar de ontvangstwerelden van Havona wordt altijd alleen gemaakt. Van nu af aan zal er geen klasse- of groepsinstructie meer worden gegeven. De rechtskundige en bestuurlijke opleiding op de evolutionaire werelden in tijd en ruimte ligt achter u. Nu begint uw persoonlijke opleiding, uw individuele geestelijke training. Gedurende uw hele verblijf in Havona is het onderricht van begin tot einde persoonlijk en drievoudig van aard: verstandelijk, geestelijk en experiëntieel.

30:4.28 (343.3) De eerste daad in uw Havona-loopbaan zal het herkennen zijn van, en het dankzeggen aan, uw transport-seconafijn voor de lange, veilige reis. Daarna wordt ge voorgesteld aan de wezens die de verantwoording zullen dragen voor uw eerste Havona-activiteiten. Vervolgens laat ge uw aankomst registreren en stelt ge de boodschap van dankbetoon en adoratie op die gezonden zal worden naar de Schepper-Zoon van uw plaatselijk universum, de universum-Vader die uw loopbaan van zoonschap mogelijk heeft gemaakt. Dit vormt het einde van de formaliteiten van de aankomst in Havona; hierna wordt u een lange periode van ontspanning vergund gedurende welke ge vrij kunt rondzien en die u tevens de gelegenheid geeft om uw vrienden, medepelgrims, en medewerkers in de lange opklimmingservaring op te zoeken. Ge kunt ook de nieuwberichten raadplegen om u ervan te vergewissen wie van uw medepelgrims naar Havona zijn vertrokken sedert ge Uversa hebt verlaten.

30:4.29 (343.4) Het feit van uw aankomst op de ontvangstwerelden van Havona zal naar behoren worden geseind naar het hoofdkwartier van uw plaatselijk universum en persoonlijk worden medegedeeld aan uw serafijnse behoeder, waar deze serafijn zich ook moge bevinden.

30:4.30 (343.5) De stervelingen in opklimming zijn grondig opgeleid in de aangelegenheden van de evolutionaire werelden in de ruimte; nu beginnen zij aan hun lange, leerzame contact met de geschapen volmaakte werelden. Welk een voorbereiding wordt u geboden voor nog onbekende werkzaamheden in de toekomst door deze gecombineerde, unieke, en buitengewone ervaring! Doch ik kan u niets over Havona vertellen; ge moet deze werelden gezien hebben om hun heerlijkheid te kunnen waarderen en hun grootsheid te kunnen begrijpen.

30:4.31 (343.6) 7. De Nieuw-aangekomenen op het Paradijs. Wanneer ge het Paradijs bereikt met residentiële status, begint ge aan de gevorderde opleiding in goddelijkheid en absoniteit. Uw verblijf op het Paradijs geeft aan dat ge God gevonden hebt, en dat ge opgenomen zult worden in het Sterfelijke Korps der Volkomenheid. Van alle schepselen in het groot universum worden slechts zij die met de Vader zijn gefuseerd opgenomen in het Sterfelijke Korps der Volkomenheid. Alleen deze personen leggen de eed van de volkomenen af. Andere wezens die de volmaaktheid van het Paradijs bezitten of hebben bereikt, kunnen wel tijdelijk verbonden zijn aan dit korps der volkomenheid, maar worden niet voor eeuwig toegevoegd aan de onbekende, ongeopenbaarde missie van deze groeiende schare evolutionaire, vervolmaakte veteranen uit tijd en ruimte.

30:4.32 (343.7) Degenen die op het Paradijs aankomen, wordt een periode van vrijheid vergund, waarna zij zich verbinden met de zeven groepen der primaire supernafijnen. Zij worden gegradueerden van het Paradijs genoemd wanneer zij hun opleiding bij de leiders der godsverering hebben beëindigd en vervolgens als volkomenen worden aangesteld om op te treden als waarnemers, en om coöperatief te dienen tot aan de einden der wijdverbreide schepping. Vooralsnog schijnen er geen specifieke of vaste werkzaamheden te zijn voor het Sterfelijke Korps der Volkomenheid, ofschoon zij in vele functies dienen op de werelden die in licht en leven zijn bestendigd.

30:4.33 (344.1) Ook al zou er geen toekomstige of ongeopenbaarde bestemming zijn voor het Sterfelijke Korps der Volkomenheid, dan nog zou de huidige taak van deze opklimmende wezens geheel adequaat en luisterrijk zijn. Hun huidige bestemming is een volkomen rechtvaardiging van het universele plan der evolutionaire opklimming. Doch de toekomstige tijdperken van de evolutie van de werelden in de buitenruimte zullen ongetwijfeld een verdere uitwerking te zien geven van, en een vollediger goddelijk licht werpen op, de wijsheid en goedertierendheid van de Goden in de uitvoering van hun goddelijke plan voor de overleving van de mens en de opklimming van stervelingen.

30:4.34 (344.2) Samen met hetgeen u reeds is geopenbaard en met hetgeen ge nog te weten zult komen in verband met onderricht inzake uw eigen wereld, geeft deze verhandeling een overzicht van de loopbaan van een opgaande sterveling. Het verhaal vertoont aanzienlijke verschillen in de onderscheiden superuniversa, doch deze presentatie verschaft u een glimp van het gemiddelde plan voor de menselijke vooruitgang, zoals het functioneert in het plaatselijk universum Nebadon en in het zevende segment van het groot universum, het superuniversum Orvonton.

30:4.35 (344.3) [Opgesteld onder verantwoordelijkheid van een Machtige Boodschapper van Uversa.]





Back to Top